Geschikt voor
Basisschool Kinderopvang
NULL
Gepubliceerd op 09 augustus 2021 Leestijd 3 min.

Blog

Hoe leer jij kinderen voor zichzelf opkomen?

Kinderen die weerbaar zijn, kunnen hun grenzen goed aangeven. Als een kind zijn eigen grens op een goede manier leert aangeven, heeft hij daar de rest van zijn leven plezier van! Met deze tips kun je kinderen helpen om weerbaar(der) te worden!

Wat is weerbaarheid?

Weerbaarheid betekent letterlijk ‘voor jezelf opkomen’. Onder weerbaarheid zijn verschillende vaardigheden te noemen:

  • Het hebben van zelfvertrouwen
  • Weten wat het kind wel en niet wil
  • Het durven hebben van een eigen mening
  • Zelfstandig zijn
  • Het helpen van anderen
  • Omgaan met kritiek
  • Durft hulp te vragen

De weerbaarheid van kinderen vergroten

Van zelfvertrouwen worden kinderen weerbaar(der). Kinderen die weerbaar zijn, kunnen hun grenzen goed aangeven. Ze durven voor zichzelf op te komen maar ook steun te zoeken. Het thema grenzen aangeven komt terug in de SLO-doelen bij kerndoel 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

Een belangrijk thema dus om aandacht aan te besteden. Maar hoe doe je dat? Hieronder reiken we je wat mooie handvatten om met kinderen in je groep in gesprek te gaan.

Spel: Hoe dichtbij mag iemand komen?

Afhankelijk van de leeftijd en groep heb je verschillende niveaus waarop je dit spel kan spelen. Kies zelf wat het beste past bij de groep of vul aan met andere situaties.  

Voor dit spel verdeel je de ruimte in 5 delen, eventueel met plaatje: 

  • Zwaaien 
  • High five/box 
  • Hand geven 
  • Knuffel 
  • Kus 

Vervolgens leg je de kinderen verschillende situaties voor, zoals de voorbeelden hieronder, en lopen de kinderen naar de manier waarop ze iemand het liefst willen begroeten. Let op: Maak duidelijk dat het hier gaat om wat zij bij zichzelf voelen en wat zij willen, niet wat er van hen verwacht wordt. 

  • Je komt een winkel binnen, hoe begroet jij de winkelier? 
  • Je komt binnen bij de dokter, hoe wil jij de dokter het liefst begroeten? 
  • Je loopt op straat en je komt een vriendje/vriendinnetje tegen, hoe wil jij die het liefst begroeten? 
  • Je komt binnen bij je opa en/of oma, hoe wil jij je ze het liefste begroeten? 
  • Je broertje of zusje heeft gelogeerd en komt weer thuis, hoe wil jij hem of haar het liefst begroeten? 
  • Je ouder/verzorger is jarig, hoe zou jij het liefst willen feliciteren?

Je kunt dit spel verder verdiepen door vragen te stellen, in de groep of in kleinere groepen: 

  • In verschillende situaties begroet je iemand soms anders. Wat is het verschil? Waarom begroet je een vriend/vriendin soms anders dan de dokter of tandarts? 
  • Je mag nu zelf kiezen hoe je iemand zou willen begroeten. Hoe doe je dit in het echt? Kies je dan ook hoe jij dit wilt of loopt het soms anders? 
  • Hoe is het om te kiezen voor wat jij wilt? 
  • Begroet je ook wel eens iemand op een manier die je zelf liever niet wilt? Hoe komt het dat je dit soms doet

Situatieschets die leerlingen kunnen bespreken

Daarnaast kan je nog een situatie voorleggen en met de leerlingen bespreken. Dit kan je in de groep doen, of de leerlingen in groepjes laten overleggen. 

Steven zit in de woonkamer lekker tv te kijken, zijn oom Tom komt binnen. Oom Tom begroet Stevens ouders, zijn moeder krijgt drie kussen en hij geeft Stevens vader een hand. Vervolgens gaat hij op zijn hurken zitten en vraagt aan Steven: “Krijg ik nog een knuffel?
Steven vindt dat eigenlijk niet zo fijn, hij wil oom Tom liever geen knuffel geven. Hij wil liever een high five geven, maar hij weet niet zo goed hoe hij dit het beste kan doen.

Vragen die je met de kinderen kan bespreken (in de groep of in kleinere groepjes): 

  • Steven wil het liefste een high five geven, hoe kan hij dit het beste aanpakken? 
  • Heb je dit zelf ook wel eens meegemaakt? Dat je zelf iemand liever op een andere manier had willen begroeten? En zo ja, wat deed je toen?  
  • Lukte het je om op jouw manier te begroeten? En zo ja, hoe pakte je het toen aan? 
  • Of vond je het moeilijk om dit aan te geven? En wat vond je dan moeilijk? En hoe zou je dat de volgende keer anders kunnen doen?
     

Ga met je leerlingen in gesprek over normen en waren: Ok of niet Ok.

Ok of niet OkWil jij leerlingen weerbaar(der) maken? Kijk dan ook eens naar het spel ‘Ok of niet ok’. Met dit spel werk je ook weer aan de kerndoelen, omdat de leerlingen in gesprek gaan over hun eigen normen en waarden en die van anderen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het wel of niet opstaan in de tram voor ouderen: is dit Ok of niet Ok? Kinderen gaan bewust om met verschillende situaties, waarin ze zorgdragen voor zichzelf en anderen.

Bestel Ok of niet Ok in de webshop

 

Online magazines over mentale en fysieke weerbaarheid

De online magazines over mentale en fysieke weerbaarheid geven de kinderen richtlijnen om hiermee aan de slag te gaan. Fysieke weerbaarheid gaat over drie factoren van een gezond leven: voeding, beweging en slapen. De kinderen leren over het positief beïnvloeden hiervan.
Mentale weerbaarheid is minder tastbaar, het gaat om je gevoelens en je gedachten. Wat speelt er in je hoofd af? Maak je je zorgen? Heb je verdriet? Dit zijn belangrijke vraagstukken om over na te denken of met iemand te bespreken.

De kinderen lezen en maken de opdrachten die ze met elkaar of met een volwassene bespreken.

Bestel de online magazines over Weerbaarheid in de webshop