Geschikt voor
Basisschool
Gepubliceerd op 04 juni 2018 Leestijd 4 min.

Slim aan de slag

Met deze werkvormen maak je rekenen nog leuker!

Rekenen is saai of stom. Dit is de mening van kinderen die veel moeite hebben met het vak. Vaak blijkt dat de les bestaat uit klassikale instructie, verlengde instructie en zelfstandige verwerking. Kijkend naar de kinderen die goed zijn in rekenen (of snel klaar zijn), vinden ze dit leuk om te doen. Dus waarom maken we de rekenles niet leuker voor álle kinderen? Onze onderwijsadviseurs geven jou enkele tips die je direct in de klas kunt toepassen.

Spelletjes spelen!

Zonder dat je er heel bewust mee bezig bent, stimuleer je bij een hoop gezelschapsspelletjes vaardigheden die kinderen goed kunnen gebruiken bij het rekenen. Denk bijvoorbeeld aan Monopoly. Bij dit spel wordt onder andere strategisch denken gestimuleerd, maar kinderen zijn ook bezig met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen etc. Meer informatie over inzet van Rekenspellen is te vinden op de website van het SLO. Rekenspellen in het basisonderwijs.

Spellen of quizzen die klassikaal gespeeld kunnen worden, kun je goed inzetten om de rekenles mee te beginnen. Denk bijvoorbeeld aan een rekenduel, waarbij er steeds twee kinderen tegen elkaar strijden om het juiste antwoord van de som. Dat kan ook met een werkvorm als “Ren je rot” of “Petje op Petje af”. Gebruik desnoods het gymlokaal hiervoor.

Zet coöperatieve werkvormen in

Een goed alternatief is het inzetten van coöperatieve werkvormen. Als kinderen samen kunnen leren, zullen zij er meer plezier aan beleven en zal het leerrendement omhoog gaan (denk aan de Piramide van Bales). Hieronder wat uitgewerkte voorbeelden:

Mix en Ruil
Geef iedere leerling een kaartje met een som erop (evt. met het antwoord op de achterkant) en laat hen hiermee rondlopen door het lokaal. Zij mogen stoppen bij een medeleerling en rekenen elkaars som uit. Ze bespreken de som, geven elkaar uitleg of een verschillende strategie…het hangt ervan af welke opdracht je als leerkracht geeft. Na het uitrekenen, wisselen de kinderen de kaartjes uit en lopen weer door naar een andere leerling. Laat deze werkvorm ongeveer 5 minuten duren.

Tafelrondje per tweetal
Schrijf een getal op het bord, bijvoorbeeld het getal 100. Geef ieder tweetal één papier en één pen of potlood. De kinderen mogen om-en-om een som opschrijven met als uitkomst 100. Je kunt hier nog variatie in brengen door bijvoorbeeld eerst alleen plussommen te vragen of juist minsommen. Maar ook deelsommen en vermenigvuldigen kunnen apart gevraagd worden. Zo kan ieder kind op zijn/haar eigen niveau werken en is iedereen toch tegelijkertijd met rekenen en/of automatiseren bezig.

Zoek iemand die…
Alle leerlingen krijgen een papier met sommen, waarbij je zelfs kunt variëren in niveau. Vervolgens gaan alle kinderen op zoek naar iemand die een som (naar keuze) kan uitleggen en uitrekenen. Is dit gelukt, dan lopen ze weer verder om iemand te zoeken die de volgende som kan uitleggen en uitrekenen. Net zo lang totdat alle sommen uitgerekend zijn.

Er zijn uiteraard nog veel meer activerende werkvormen te vinden waarbij kinderen net even op een andere manier aan het werk zijn. Zoek vooral het internet af, want hier worden ontzettend veel leuke ideeën gedeeld. Hoe meer plezier in het vak, hoe hoger het leerrendement!