Voor jonge kinderen is taal dé sleutel om de wereld beter te begrijpen. Een rijke woordenschat helpt hen niet alleen bij het communiceren, maar ook bij het leren lezen, rekenen en ontdekken van nieuwe dingen. Maar hoe kun je als pedagogisch medewerker of leerkracht woordenschat op een speelse manier vergroten?
Kinderen leren woorden beter wanneer deze verbonden zijn aan concrete ervaringen. Woorden die gekoppeld worden aan wat ze zien, horen of voelen, blijven langer hangen. Denk aan samen een wandeling maken en onderweg woorden benoemen: een gladde steen, nat gras, een zachte veer. Laat waar mogelijk de voorwerpen voelen en ontdekken. Zo ervaren kinderen meteen de betekenis.
Spel is een krachtige taalbron. Met rollenspel, verkleedkleren of een huishoek breng je nieuwe woorden tot leven. Wanneer kinderen ‘winkeltje’ spelen, komen woorden als kassa, bon, aanbieding en betalen vanzelf aan bod. Speel mee zodat je kunt horen wat ze zeggen, en speel daarop in. Laat spelenderwijs ook nieuwe woorden aan bod komen.
Voorlezen blijft een van de sterkste manieren om nieuwe woorden aan te leren. Kies prentenboeken met rijke taal en afbeeldingen en neem de tijd om moeilijke woorden uit te leggen. Herhaling is belangrijk: een kind moet een nieuw woord vaak horen en gebruiken voordat het echt blijft hangen. Nadat je het boek een paar keer voorgelezen hebt, kunnen kinderen het verhaal met poppetjes en attributen naspelen op de verteltafel of hun eigen versie van het verhaal tekenen en ‘schrijven’.
De Nederlandse taalwetenschapper Marianne Verhallen benadrukt dat het bij woordenschat niet alleen gaat om hoeveel woorden een kind kent, maar vooral om hoe goed die woorden begrepen worden. In haar onderzoek naar zogenoemde diepe woordkennis laat zij zien dat kinderen met Nederlands als tweede taal vaak achterblijven, juist omdat hun woordkennis minder rijk en minder verbonden is met andere woorden en betekenissen (Verhallen, 1994).
Dit betekent dat we verder moeten kijken dan ‘een woord aanbieden’. Het gaat om het bouwen van betekenisnetwerken: woorden met elkaar in verband brengen, in verschillende contexten gebruiken en er vragen over stellen.
Woordenschat groeit vooral door beleven, spelen en herhalen. Onderzoek van Marianne Verhallen laat zien dat kinderen daarvoor rijke contexten nodig hebben. Geef woorden daarom een plek in spel en activiteiten, zodat ze niet alleen meer taal krijgen, maar ook houvast in hun dagelijks leven en de wereld om hen heen.
Bronnen
– Verhallen, M. (1994). Lexicale kennis bij Turkse en Nederlandse kinderen. Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.
– Rezulto (z.d.). ‘Geef leerlingen de nodige woordenschat voor iedere les.’ Geraadpleegd via rezulto.nl.