Gepubliceerd op 9 september 2026
Leestijd 3 min.

De nieuwe PISA-resultaten geven een breed beeld van hoe Nederlandse 15-jarigen ervoor staan. Het onderzoek kijkt niet alleen naar leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen, maar ook naar digitale vaardigheden, het gebruik van kunstmatige intelligentie, verschillen tussen groepen leerlingen, hun houding tegenover wetenschap en milieu en hun welbevinden.
Wat valt op en wat vertellen deze uitkomsten ons over de ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs? Je leest het in dit blog.

Geen herstel bij natuurwetenschappen en wiskunde 

De prestaties in natuurwetenschappen en wiskunde zijn ten opzichte van 2022 ongeveer gelijk gebleven. Daarmee is de eerdere daling uit PISA-2022 niet verder doorgezet, maar van een herstel naar het niveau van vóór 2022 is ook nog geen sprake. 

Internationaal gezien blijft Nederland relatief sterk in wiskunde. Geen van de andere EU14-landen scoort significant hoger. Bij natuurwetenschappen bevindt Nederland zich rond het gemiddelde van deze landen. Tegelijkertijd haalt 30% van de Nederlandse leerlingen niet het basisniveau voor wiskunde. Voor natuurwetenschappen geldt dit voor 27%.  

Leesvaardigheid blijft een groot aandachtspunt 

Bij leesvaardigheid zet de dalende trend wel door. De gemiddelde score van Nederlandse leerlingen daalde van 459 punten in 2022 naar 441 punten in 2025. Inmiddels presteert 39% van de Nederlandse 15-jarigen onder het basisniveau voor leesvaardigheid. In 2022 was dit 33%. 

Leesvaardigheid gaat binnen PISA verder dan het technisch kunnen lezen van een tekst. Leerlingen moeten informatie kunnen vinden en begrijpen, verbanden kunnen leggen, bronnen beoordelen en kunnen omgaan met verschillende of tegenstrijdige perspectieven. Dat maakt leesvaardigheid niet alleen relevant voor het taalonderwijs, maar voor vrijwel alle vakken en voor deelname aan de samenleving.  

Leren en probleemoplossen in een digitale wereld 

PISA-2025 besteedt voor het eerst uitgebreid aandacht aan Computational problem solving. Daarbij gaat het om het uitvoeren van experimenten in een digitale omgeving, het analyseren van gegevens en het ontwikkelen en verbeteren van oplossingen. Nederlandse leerlingen scoren op dit onderdeel ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de EU14-landen. 

Het onderzoek laat ook zien hoe digitale middelen onderdeel zijn geworden van het dagelijks leren.  23% van de Nederlandse leerlingen geeft aan in de meeste of alle natuurwetenschappelijke lessen te worden afgeleid door digitale middelen. Tegelijkertijd gebruikt 35% minimaal één keer per week een AI-chatbot als hulpmiddel bij het leren. Ongeveer een kwart gebruikt AI wekelijks voor vooronderzoek, het opstellen van teksten of het samenvatten van informatie.  

Voor scholen onderstrepen deze uitkomsten dat digitale geletterdheid breder is dan het technisch kunnen gebruiken van technologie. Ook kritisch informatiegebruik, probleemoplossend denken en bewuste keuzes over de inzet van digitale middelen verdienen aandacht.  

Verschillen tussen leerlingen blijven groot 

Achter de gemiddelde scores gaan duidelijke verschillen schuil. Meisjes presteren gemiddeld beter op leesvaardigheid, terwijl jongens hoger scoren op wiskunde en Computational problem solving. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen opleidingstypen. 

Ook de gezinsachtergrond hangt samen met prestaties. Leerlingen met hoger opgeleide ouders behalen gemiddeld hogere scores voor natuurwetenschappen, leesvaardigheid en wiskunde. Leerlingen die thuis Nederlands, een Nederlands dialect of Fries spreken, scoren gemiddeld hoger dan leerlingen die thuis voornamelijk een andere taal spreken. Deze uitkomsten beschrijven samenhang en geven op zichzelf geen verklaring voor de verschillen.

Kennis, betrokkenheid en vertrouwen 

PISA kijkt ook naar hoe leerlingen tegenover wetenschap en milieu staan. Nederlandse leerlingen ervaren minder plezier in natuurwetenschappen dan leerlingen in de EU14-landen gemiddeld. Ook hebben zij iets minder vertrouwen in hun eigen natuurwetenschappelijke vaardigheden. 

Opvallend is bovendien dat Nederlandse leerlingen zichzelf van alle deelnemende landen het minst in staat achten om bij te dragen aan verbetering van het milieu. Tegelijkertijd denkt 74% dat milieuproblemen kunnen worden opgelost als mensen samenwerken en geeft 73% aan te weten dat zij zelf dingen kunnen doen om een positieve invloed te hebben. 

Welbevinden als positieve tegenhanger 

Tegenover de zorgen over leerprestaties staat een positiever beeld van het welbevinden. Nederlandse leerlingen beoordelen hun tevredenheid met het eigen leven gemiddeld met een 7,6. Dat is hoger dan de 7,3 uit 2022. Ook hebben zij sterker het gevoel erbij te horen op school en geven zij minder vaak aan gepest te worden dan leerlingen in de EU14-landen gemiddeld. 

Er blijven wel aandachtspunten. Meisjes zijn gemiddeld minder tevreden met hun leven en voelen zich minder veilig op school dan jongens. Leerlingen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs rapporteren gemiddeld vaker dat zij worden gepest. 

Wat vraagt dit van het onderwijs? 

PISA-2025 geeft geen eenvoudige verklaring voor de ontwikkelingen. Het onderzoek laat vooral zien waar leerlingen nu staan en hoe Nederland zich verhoudt tot eerdere metingen en andere landen. Het kan geen directe oorzaken aanwijzen. 

De resultaten maken wel duidelijk dat de verschillende onderwerpen niet los van elkaar kunnen worden gezien. Lezen is nodig om informatie te begrijpen en bronnen te beoordelen. Rekenvaardigheid is verbonden met probleemoplossend denken. Digitale geletterdheid vraagt om kritisch en bewust gebruik van technologie. Burgerschap raakt aan deelname aan de samenleving, vertrouwen in kennis en het omgaan met verschillende perspectieven. 

De belangrijkste conclusie is daarom breder dan één dalende score. Het onderwijs staat voor de opgave om kennis, basisvaardigheden, digitale ontwikkeling en welbevinden in samenhang te blijven versterken. De eerste stap is goed begrijpen wat de cijfers vertellen. Vanuit die duiding kan het gesprek worden gevoerd over wat leerlingen, leraren en scholen nodig hebben om duurzaam verder te komen. 

Meer weten over de resultaten?

Bekijk de volledige resultaten van PISA 2025 en verdiep je verder in de cijfers en conclusies uit het onderzoek.

Bekijk de resultaten