Een beknopt overzicht per leergebied voor het primair onderwijs

De geactualiseerde kerndoelen zien er uitgebreider uit dan de kerndoelen uit 2006. Dat betekent niet automatisch dat scholen ineens veel meer leerstof moeten aanbieden. De doelen uit 2006 zijn bewust globaal geformuleerd. In de nieuwe set is veel preciezer beschreven welke kennis, vaardigheden en ervaringen leerlingen nodig hebben. SLO noemt juist meer houvast, meer samenhang, minder overladenheid en sterkere doorlopende leerlijnen als redenen voor de actualisatie (SLO, 2026).

Bij de vergelijking zijn daarom drie soorten veranderingen uit elkaar gehouden:

  • inhoud die echt nieuw is in de landelijke kerndoelen;
  • inhoud die al bestond, maar nu veel duidelijker en concreter is beschreven;
  • onderwerpen die een herkenbaardere of zwaardere plek krijgen in het curriculum.
Nederlands

Vooral concreter, met een aantal duidelijke nieuwe inhouden.

Lezen, schrijven, spreken en luisteren blijven de kern. Wel is veel scherper beschreven wat goed taalonderwijs omvat. Zo gaat tekstbegrip niet alleen over informatie vinden, maar ook over diep begrip en het beoordelen van bronnen. Schrijven en gesprekken voeren worden bovendien expliciet ingezet om te denken en te leren. De school krijgt daarnaast de opdracht om te zorgen voor een rijke taal- en leesomgeving en om taalontwikkeling in alle leergebieden te ondersteunen.

Er is ook inhoud die volgens SLO echt nieuw is in de wettelijke kerndoelen: kennis over literatuur, talige identiteit en taalvariatie en taalverandering. Literatuur krijgt daarmee een bredere plek dan alleen leesplezier: leerlingen ontwikkelen een leesvoorkeur én leren bijvoorbeeld kijken naar verhalende teksten en literaire genres.

Rekenen en wiskunde

Het bekende rekenhart blijft; wiskundig denken en toepassen komen duidelijker in beeld.

Getallen, verhoudingen, meten, data, patronen en meetkunde blijven herkenbare onderdelen. De verandering zit vooral in de manier waarop rekenen en wiskunde wordt beschreven. Leerlingen moeten niet alleen procedures uitvoeren, maar ook problemen oplossen, redeneren, modellen gebruiken, representaties beoordelen en wiskunde toepassen in andere leergebieden en in de samenleving.

Een echte toevoeging is het bedenken en beschrijven van algoritmes. SLO noemt dit een volledig nieuwe doelformulering. Ook de wiskundige attitude krijgt een eigen plaats. Dat idee was al herkenbaar in de karakteristiek van 2006, maar wordt nu veel explicieter uitgewerkt.

Burgerschap

Nieuw als zelfstandig leergebied met landelijke kerndoelen; het onderwerp zelf is niet nieuw.

Scholen werken al langer aan burgerschap. In de kerndoelen uit 2006 stonden bijvoorbeeld doelen over de staatsinrichting, de rol van burgers, waarden en normen en diversiteit. Daarnaast geldt sinds 2021 een aangescherpte wettelijke burgerschapsopdracht. De grote verandering is dat burgerschap nu een eigen, samenhangende set kerndoelen krijgt.

De nieuwe doelen maken concreter wat leerlingen moeten leren en ervaren: basiswaarden van de democratische rechtsstaat, grond- en mensenrechten, omgaan met verschillen, discriminatie en uitsluiting, dialoog en conflict, en daadwerkelijk oefenen met inspraak, besluitvorming en maatschappelijke betrokkenheid. Ook de school als democratische oefenplaats is expliciet onderdeel van het leergebied.

Digitale geletterdheid

Dit is de grootste echte toevoeging: voor het eerst komen er landelijke kerndoelen voor dit leergebied.

Digitale vaardigheden kwamen in 2006 wel zijdelings terug, maar digitale geletterdheid had geen eigen kerndoelen. SLO noemt het daarom een nieuw leergebied waarvoor voor het eerst kerndoelen zijn ontwikkeld.

De inhoud is breed. Leerlingen leren digitale systemen gebruiken, informatie zoeken en beoordelen, met data omgaan en AI verkennen. Ze maken digitale producten en leren programmeren. Daarnaast gaat het om veiligheid, privacy, online gedrag en de invloed van digitale technologie en media op jezelf, anderen en de samenleving. De doelen gaan dus nadrukkelijk verder dan alleen ict-vaardigheden.

Mens en maatschappij

Bekende onderdelen van wereldoriëntatie worden opnieuw geordend en inhoudelijk scherper neergezet.

Aardrijkskunde en geschiedenis waren in 2006 onderdeel van Oriëntatie op jezelf en de wereld. Dat blijft herkenbaar in de domeinen mens en ruimte en mens en tijd. Nieuw is vooral de samenhangende opbouw waarin leerlingen maatschappelijke vraagstukken leren onderzoeken vanuit geografische, historische en economische invalshoeken.

Waarden en belangen, verschillende perspectieven, economische keuzes, invloed en macht en diversiteit worden expliciet benoemd. Ook de doorwerking van het verleden krijgt een duidelijke plek. SLO constateert dat zulke domeinspecifieke denkwijzen en vaardigheden in de kerndoelen van 2006 nauwelijks zichtbaar waren.

Mens en natuur

Meer nadruk op natuurwetenschappelijk en technologisch denken en werken.

Veel inhoud is vertrouwd: planten, dieren en het menselijk lichaam, materialen, techniek, licht en geluid, weer, klimaat en aarde kwamen ook in 2006 aan bod. In de geactualiseerde doelen wordt duidelijker dat leerlingen niet alleen feiten leren, maar ook onderzoeken, ontwerpen, meten, redeneren met modellen en systemen en conclusies onderbouwen.

Ook de aard van natuurwetenschappen en technologie krijgt expliciet aandacht: hoe kennis tot stand komt, wat het verschil is tussen feit en mening en welke grenzen en verantwoordelijkheden bij onderzoek en techniek horen. SLO benoemt chemische reacties als inhoud die in het primair onderwijs daadwerkelijk nieuw is; andere scheikundige inhouden waren al impliciet aanwezig.

Moderne vreemde talen: Engels

Engels blijft gericht op communicatie, maar wordt breder dan in 2006.

De kerndoelen uit 2006 legden in het basisonderwijs vooral nadruk op mondelinge communicatie en het lezen van eenvoudige teksten. Schrijven bleef beperkt tot de schrijfwijze van een klein aantal veelvoorkomende woorden.

In de geactualiseerde doelen hoort ook eenvoudige schriftelijke communicatie nadrukkelijk bij Engels. Daarnaast komt er een apart domein taal- en cultuurbewustzijn. Leerlingen staan stil bij hun taalleerproces en meertaligheid en ontwikkelen interculturele communicatieve competentie. Daarmee gaat Engels niet alleen over woorden en zinnen gebruiken, maar ook over leren communiceren tussen talen en culturen.

Kunst en cultuur

Maken en reflecteren blijven, maar het creatieve proces en betekenis geven worden veel explicieter.

In 2006 waren de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie heel compact: leerlingen leren zich kunstzinnig uitdrukken, reflecteren op eigen en andermans werk en kennis en waardering ontwikkelen voor cultureel erfgoed. De nieuwe doelen beschrijven veel duidelijker wat er tijdens het maken en meemaken van kunst gebeurt.

Zo krijgt het artistiek-creatief vermogen een eigen plek: experimenteren, ideeën onderzoeken, keuzes maken en het eigen maakproces verder brengen. Leerlingen leren ook betekenis geven aan kunst, actief kunst en cultuur meemaken en ervaringen uitwisselen, onder andere met professionele makers. SLO stelt dat creativiteitsontwikkeling en betekenis geven in de doelen uit 2006 weinig tot niet expliciet waren.

Bewegen en sport

Naast beter leren bewegen komt sterker in beeld wat bewegen voor een leerling betekent.

De oude kerndoelen gingen al over bewegingsvaardigheid, samen deelnemen, regels hanteren en de eigen mogelijkheden inschatten. Die onderdelen blijven. Ze zijn in de nieuwe set uitgebreider en concreter beschreven, bijvoorbeeld bij het aanpassen van een activiteit aan de eigen mogelijkheden en bij het organiseren, beveiligen en coachen van beweegactiviteiten.

Het meest opvallende nieuwe accent is betrokken bewegen: leerlingen verkennen verschillende beweegcontexten, motieven om te bewegen en de relatie met welbevinden. Ze onderzoeken ook welke vormen van bewegen bij hun eigen voorkeuren passen. SLO noemt betekenis geven aan bewegen een nieuw benoemd aspect en beweegidentiteit een relatief nieuw thema. Ook intensief bewegen is als nieuw beweegthema toegevoegd.

Wat valt over de hele set op?

Veel bestaande inhoud wordt preciezer vastgelegd en beter met andere leergebieden verbonden. Daardoor wordt duidelijker wat minimaal in het curriculum thuishoort, zonder dat de kerndoelen voorschrijven welke methode of didactiek een school moet gebruiken. Echt nieuwe onderdelen zitten vooral in digitale geletterdheid en in specifieke inhouden binnen bestaande leergebieden. Burgerschap is nieuw als afzonderlijk leergebied met eigen kerndoelen, maar niet als wettelijke opdracht of als onderwerp in het onderwijs.