Gepubliceerd op 15 mei 2026
Leestijd 5 min.

In een wereld vol bewegende beelden, snelle filmpjes en schermen is het waardevol om af en toe bewust te vertragen met stilstaande beelden. Tip: pak in plaats van een prentenboek eens een kamishibai. Voeg daar visuele en tastbare elementen aan toe voor nog meer plezier en betrokkenheid. Hoe je dat doet? Dat lees je in deze blog!

Een vertelkastje uit Japan

De kamishibai is een klein, draagbaar verteltheater dat ontstaan is vanuit een eeuwenoude Japanse verteltraditie. ‘Kami’ betekent papier, ‘shibai’ betekent drama. Letterlijk betekent het dus ‘papierdrama’. Het houten kastje zelf heet een butai. De kamishibai wordt gebruikt om verhalen te vertellen met grote prenten. Vroeger trokken vertellers ermee langs straten en pleinen om kinderen verhalen te laten beleven. Nog steeds zorgt het openen van de deurtjes voor nieuwsgierigheid, want ze weten: er gaat nu iets leuks gebeuren.

Het open karakter van fotoposters en speelpuzzels

Meestal worden er vertelplaten gebruikt bij een kamishibai. Die vertellen een verhaal dat op de achterkant geschreven is. Maar wist je dat fotoposters ook heel geschikt zijn? Een fotoposter is één grote plaat waarop van alles gebeurt en te zien is. Er hoort geen vast verhaal bij. Kinderen krijgen zo veel meer ruimte om hun eigen verhalen te bedenken.

Spel wordt pas echt beleefd als kinderen er handelend mee bezig zijn. Personages komen zo tot leven en het verhaal krijgt weer nieuwe wendingen. Materiaal dat mooi aansluit bij de kamishibai en fotoposters is de speelpuzzel. Een speelpuzzel bestaat uit 10 puzzelstukken. Kinderen halen de puzzelstukken uit de plank en draaien de plank om. De puzzelstukken kunnen rechtop in de plank worden gezet en zo personages worden in het verhaal.

Zo bouw je een vertelmoment op

  • Een rustige, gedempte setting helpt kinderen om helemaal in het verhaal te komen. Zet de kamishibai op een laag tafeltje en laat ze ervoor plaatsnemen, eventueel op kussens op de grond. Een lampje dat op het vertelkastje gericht is maakt het extra sfeervol en helpt om de aandacht naar het verhaal te brengen.
  • Zit naast de kamishibai in plaats van erachter. Zo houd je makkelijker contact met de kinderen en wijs je details eenvoudiger aan.
  • Voordat het verhaal begint, kun je kort iets vertellen over de kamishibai en wat jullie gaan doen. Daarna open je de deurtjes en verschijnt de fotoposter.
  • Laat kinderen eerst rustig kijken en reageren. Wat zien ze? Waar zou het verhaal over gaan?
  • Met de houten figuren uit de speelpuzzel breng je het verhaal vervolgens langzaam tot leven. Gebruik kleine bewegingen, verschillende stemmetjes en zorg voor interactie tussen jou, de personages en de kinderen.

Een verhaal bij een fotoposter

Fotoposter uit de serie ‘Nederland’

(De hierboven beschreven stappen zijn al uitgevoerd. Let op: dit is een voorbeeld, er zijn natuurlijk vele soorten scenario’s met verschillende fotoposters en speelpuzzels mogelijk).

Haal de puzzelstukken uit de plank, draai deze om en plaats hem voor de kamishibai. Leg de puzzelstukken uit het zicht van de kinderen.

De zon schijnt en het is lekker warm buiten. Pippa, Bonno en Piep de vogel gaan samen naar het water. (Zet Pippa, Bonno en Piep in de gleuven van de plank.) Er is veel wind aan het water, het waait hard.

Hoe kun je dat zien? (Kinderen reageren.) Juist, kijk maar eens naar de vlieger, hoog in de lucht. Hij wappert heen en weer. En zie de molen: de wieken draaien snel rond. Waar is Piep het vogeltje gebleven? (Pak Piep van de plank en laat hem voor de plaat vliegen, hoog in de lucht. Kinderen wijzen hem aan.) Daar vliegt hij! Piep spreidt zijn vleugels en zoeft hoog door de blauwe lucht.

Wat doet Bonno? (Houd Bonno bij de boot. Kinderen vertellen wat hij doet.) Precies, Bonno dobbert lekker lui in een klein zeilbootje. Hij kijkt naar een meisje met een gekleurd windmolentje in haar hand. (Zet Bonno in de plank, pak het windmolentje en houd het bij het meisje op de plaat.) Wat draait het molentje hard!

Het meisje kijkt even naar twee mooie, witte zwanen in het water. Zie jij ze ook? (Kinderen reageren.) Maar dan let ze niet op en… floep! Daar waait het windmolentje ineens weg. (Maak een vliegende beweging met het windmolentje. Zet Piep terug, pak Pippa en houd haar bij het meisje.) Pippa kijkt het molentje geschrokken na. “Oh nee! Hij vliegt verder en verder weg! Straks is ze haar mooie molentje kwijt!”

“Wat nu?”, roept het meisje verdrietig. “Wie kan hem zo hoog uit de lucht halen? Hebben jullie een idee?” (Kinderen denken mee. Zet Pippa neer en pak Bonno erbij.) “Ik weet het!”, roept Bonno. “Piep kan helpen, want hij kan vliegen! Piep, wil jij het molentje pakken?” (Pak Piep.) Snel vliegt Piep achter het molentje aan. Hij maakt een duikvlucht, strekt zijn pootjes uit en… hebbes! Hij grijpt het molentje. Voorzichtig brengt Piep het molentje terug naar het meisje. Iedereen lacht blij.

Gelukkig gaat de wind daarna wat liggen, zodat ze samen fijn verder kunnen spelen aan het water.

Kinderen vertellen verder

Na een paar keer luisteren willen kinderen het verhaal vaak zelf vertellen. De fotoposter geeft daarbij structuur en houvast. De kamishibai helpt veel kinderen daarbij over de drempel heen. Omdat alle aandacht naar het kastje gaat, durven ze vaak vrijer te praten.

Sommige kinderen vertellen het oorspronkelijke verhaal na. Andere kinderen verzinnen juist een ander verhaal. Misschien zijn er zelfs kinderen die bedenken om meerdere fotoposters achter elkaar te plaatsen om zo een nieuw vervolg te creëren. Zo groeit het verhaal steeds verder door.

Aansluitende activiteiten na het verhaal

Vaak stopt het verhaal niet wanneer de deurtjes van de kamishibai dichtgaan. Kinderen willen verder spelen, tekenen of nieuwe ideeën bedenken.

Ze kunnen:

  • tekenen/schilderen/knutselen/kleien over het verhaal;
  • hun eigen verhaal bedenken;
  • bij hun tekening schrijven of stempelen wat er gebeurt;
  • het verhaal naspelen in een toneelstukje of in de huishoek.

De kamishibai krijgt daarna een plek in de groep. Kinderen gebruiken het vertelkastje opnieuw om hun eigen verhalen te vertellen. Ook leuk: laat ze hun tekeningen en schilderwerk erin presenteren aan andere kinderen.

Benieuwd hoe je jouw taalhoek in kan richten om de leukste verhalen te vertellen?

Bekijk alles voor in de taalhoek