Geschikt voor
Basisschool
NULL
Gepubliceerd op 18 juni 2020 Leestijd 3 min.

Vraag het de expert

Wat leert de evaluatie van afstandsonderwijs ons in het PO?

Gelukkig mogen alle leerlingen in het basisonderwijs ‘gewoon’ onder de vleugels van hun juf of meester het schooljaar afronden. Maar vermoedelijk gingen de leerlingen de afgelopen jaren niet zo graag naar school als nu het geval was. Leren en spelen met vriendjes en vriendinnetjes, de wereld ontdekken die soms ver weg, maar dan ineens heel dichtbij lijkt en live vragen stellen aan een klasgenoot en uitleg krijgen van de juf.

Werklast juffen en meesters in het basisonderwijs

De juffen en meesters in het basisonderwijs hebben ervaren dat afstandsonderwijs behoorlijk intensief is. Want niet alleen werd er op stel en sprong een andere mindset van ze gevraagd, ook nu er weer onderwijs op school mogelijk is, ligt er een opdracht voor de onderwijsprofessionals om de in sneltreinvaart geleerde lessen om te zetten in rendement voor de toekomst. Digitale vaardigheden worden dan veelal als eerst genoemd, maar ook het effect op leren behoeft evaluatie. Gelukkig hoeft daar niet elke school zelf het wiel in uit te vinden en zijn de eerste effecten vastgesteld en uitgekristalliseerd.’

Flexibiliteit in het onderwijs

Volgens de Transactional Distance Theory van Michael Moore is de leeropbrengst bij afstandsonderwijs afhankelijk van drie factoren: de dialoog, de structuur van het onderwijsprogramma en de autonomie van leerlingen. Niet toevallig factoren die momenteel toch al onder een vergrootglas liggen bij veel besturen, die in hun strategisch beleid als ambitie hebben het onderwijs de komende jaren anders te willen organiseren. De evaluatie van de afgelopen periode leert dat de flexibiliteit van zowel leerkracht als leerling de grootste kracht is geweest. Leerlingen konden meer zelf bepalen wanneer zij zin hadden om te leren en de leerkracht was gedwongen om te denken en te opereren buiten de vier veilige klasmuren, wat meteen een arsenaal aan mogelijkheden bracht die tot medio maart een blinde vlek vormden.

Leerrendement

Veel scholen maken zich desondanks zorgen over het leerrendement. Een deel stelde al vast dat de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen alleen maar groter is geworden. In het VO was dat geen reden om niet tegemoet te komen aan de wens van leerlingen en docenten om deze vorm van digitaal onderwijs te handhaven waar dat effectiever is. Waarbij er natuurlijk nog meer verschil kan worden gemaakt in leeropvattingen van het individuele kind. In het primair onderwijs hoor je nu vooral leerkrachten die toe zijn aan de situatie van voor 16 maart 2020, de dag waarop de scholen niet meer open gingen.

Eens te meer komt er daardoor een verantwoordelijkheid voor de directeuren, die zijn team zal inspireren over het behoud van de geboekte leerwinst, vooral ook voor de onderwijsprofessionals zelf. Om vervolgens richting de toekomst na te denken over vormen van blended learning. Waarbij de directe instructie van alle instructievormen effectief blijft, maar waar van iedere leerkracht verwacht wordt een duizendpoot te zijn, terwijl sommige kennis en expertise nu eenmaal voor de leerlingen beter buiten de eigen leerkracht te behalen is. De sterkste leerkracht maakt gebruik van die wetenschap en zoekt naar vormen om de leerling een zo breed mogelijk aanbod te bieden, en vormt zichzelf om van mede-hoofdrolspeler tot regisseur van de speelfilm van elk kind dat op zoek gaat naar zijn beste zelf.

Marvin Reuvers

Marvin Reuvers

Onderwijsadviseur

Marvin Reuvers richt zich op toekomstgericht onderwijs. Door doe- en ontdeklabs vol ICT-innovaties op te zetten, stimuleert hij onderzoekend en ontwerpend leren. Hij leert je technologie slim in te zetten, zodat het aansluit op individuele leerbehoeften en talenten . Marvin maakt ook samenwerken efficiënter, met zijn specialisatie in Microsoft en Office365. Van aanschaf tot implementatie adviseert hij schoolbesturen over slimme, snelle opbrengsten en het gebruik en beleid van de technologie. Hij brengt bijvoorbeeld helder in kaart wat er moet gebeuren op het gebied van informatiebeveiliging en privacy in het kader van gegevensbescherming.